Als je een zonnepaneel goed bekijkt, zie je dat deze bestaat uit een aantal in serie geschakelde zonnecellen. Iedere zonnecel heeft, afhankelijk van technologie, kwaliteit en fabrikant, een vermogen van ongeveer 2-3 Watt(Wp). Een standaard geleverd zonnepaneel met 72 cellen heeft een vermogen tussen de 170 en 320 Watt

Een zonnepaneel zet het zonlicht om in elektriciteit (zonnestroom), doordat zonlicht  een elektrische spanning opwekt tussen de twee laagjes silicium op het paneel. We noemen dat een fotovoltaïsche reactie ofwel photo voltaic

Monokristallijn zonnepanelen (cellen)
Deze zijn vervaardigd uit siliciumplakken, die uit een groot donkerblauw ‘monokristal’ zijn gezaagd. Het kristal is gecontroleerd afgekoeld, waardoor een gelijkmatige structuur is ontstaan.

Polykristallijne zonnepanelen (cellen)
Deze (ook wel genoemd multikristallijn silicium) worden gegoten en vervolgens gezaagd. Dit is een ander proces dan dat van de monokristallijne cellen. Tijdens het stollen ontstaan verschillende kristallen die het materiaal een onregelmatig geschakeerd uiterlijk geven. Het rendement van polykristallijne cellen ligt iets lager (circa 1-2%) dan dat van monokristallijne cellen.

CIGS-panelen (cellen)
Deze panelen bestaan uit een compositie van meerdere dunne metaallagen (“thin film”) die op elkaar zijn aangebracht en een halfgeleider vormen. CIGS-cellen staan bekend om hun hoge energierendement.

Amorf silicium panelen (cellen)
Deze cellen worden opgedampt (chemisch opgedampt laagje) op een ondersteunend materiaal. De opbrengst is niet hoog, maar het materiaal is veel goedkoper. Voordelen zijn het kleinere materiaalgebruik, de continu productie met laag energieverbruik en de mogelijkheid deze panelen te plaatsen op grote oppervlaktes op goedkope dragers, zoals een dakbedekking.